Vegetarisme vóór de vegetarische rookworst – Het heerlijke liefdebeginsel, geheelonthouding en antimilitarisme

Dit essay is geschreven voor de website van Jonge Historici en is ook via https://www.jhsg.nl/essay-vegetarisme-voor-de-vegetarische-rookworst/ te lezen.

Verbetering is op den duur slechts te verwachten als het heerlijke liefdebeginsel, dat wij vegetariërs door de praktijk van ons leven dagelijks belijden, meer en meer doordringt in onze samenleving.

Secretaris van de Nederlandsche Vegetariërsbond als reactie op de gewelddadigheden van de Eerste Wereldoorlog

Vrijwillig geen vlees eten, klinkt niet heel gek toch? Veel Nederlanders zijn zich tegenwoordig bewust van de negatieve impact die het eten van vlees heeft op het welzijn van dieren, en de negatieve gevolgen die het oplevert voor het klimaat en het milieu. Hoewel het aanbod van vegetarische gerechten in restaurants volgens sommige bronnen tegenvalt, eten we als land langzamerhand met z’n allen minder vlees. Onlangs meldde de NOS dat sinds 2017 het aantal verkochte vleesvervangers met 51 procent is toegenomen.

Ondanks dat niet iedereen de introductie van de vegetarische rookworst van Unox een succes vond, is het aanbod voor vegetariërs en ‘flexitariërs’ steeds diverser. Ook de Nederlandse overheid stimuleert actief het eten van niet-dierlijke producten. Neem bijvoorbeeld het filmpje ‘Mag het een onsje minder’ van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) in 2017. De voice-over zegt het volgende:

Peulvruchten zijn goede vervangers van vlees […] Deze zijn niet alleen gezonder, maar ook beter voor het milieu.

RIVM, “Mag het een onsje minder” (2017)

Naast het RIVM zijn Nederlandse ministers ook expliciet over de voedingswaarde van een vegetarisch dieet. In 2008 vermeldde de toenmalige ministers voor Jeugd en Gezin en van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit als reactie op Kamervragen van De Partij voor De Dieren dat “een voldoende gevarieerd vegetarisch voedingspatroon voldoende voedingsstoffen (kan) (op)leveren die het lichaam nodig heeft.”

Het is toch niet gezond vegetariër te zijn

De Nederlandse overheid heeft zich echter niet altijd positief uitgelaten over de onthouding van dierlijke producten. Honderd jaar voor de vegetarische Kamervragen van Partij voor de Dieren, in juli 1907, vond er een vurig debat plaats in de Eerste Kamer over arbeidscontracten. Hoewel dit onderwerp weinig raakvlakken lijkt te hebben met het vegetarisme, laaide er tijdens dit debat een discussie op over voorwaarden die in arbeidscontracten gesteld mochten worden. Samuel van Houten, bekend van het Kinderwetje van Houten uit 1874, stelde de vraag of vegetarische gezinnen van een dienstbode mochten verwachten ook géén vlees te eten. Van Houten formuleerde het als volgt:

Nu neem ik een geval dat nog slechts weinig voorkomt, maar de hemel weet, of het niet bij de duurte der tijden en de toeneming van de bevolking algemener zal worden. […] Daarop zegt de Minister: Het is toch niet gezond vegetariër te zijn. Nu, ik geloof wel dat vele onvrijwillige vegetariërs dit met den Minister eens zijn en heusch niet vegetariërs zijn voor de gezondheid, maar velen denken er anders over. Wat ter wereld heeft ‘s Ministers meening met de openbare orde en de goede zeden te maken?

Eerste kamer, “33ste vergadering: Vergadering van vrijdag 3 juli 1907

Van Houten zag ‘duurte der tijden’ of ‘toeneming van de bevolking’ dus als redenen waardoor het vegetarisme algemener zou worden in de samenleving. Er waren al vele ‘onvrijwillige vegetariërs’ – mensen die zich geen vlees konden veroorloven – die het met de mening van de minister eens waren. Want, ‘het is toch niet gezond om vegetariër te zijn?’

Aan het begin van de vorige eeuw werd het niet bepaald geaccepteerd om vrijwillig geen vlees te eten. Vlees werd, voornamelijk door de elite in de samenleving, gezien als hét voedingsmiddel dat kracht gaf. Een mens kon niet leven op groente en fruit, en vlees was dus essentieel in een gezond levenspatroon. Dit terwijl grote delen van de samenleving, zoals Van Houten het omschreef, ‘onvrijwillig vegetariër’ waren en zich geen vlees konden veroorloven.

De Nederlandse Vegetariërsbond

In dit debat omtrent de vrijwillige onthouding van dierlijke producten kwam de Nederlandsche Vegetariërsbond (NVB) op voor de belangen van vegetariërs. De NVB werd op 30 september 1894 opgericht. Nederland was niet bepaald een voorloper op dit gebied, aangezien de eerste Vegetarische Bond ruim vijftig jaar eerder in Engeland werd opgericht. De oprichting van deze Engelse Bond werd in Nederland met scepsis ontvangen. Zo reageerde de Groninger Courant in Augustus 1851, als reactie op de oprichting van de London Society, op de volgende manier:

Er zijn onderscheiden speeches gehouden, om de Engelsche gastronomen te overtuigen, dat zij van erwten en meelpap nog veel vetter zouden worden dan van al hun tegenwoordig roast-beef.

“Groot-Bittanje. Londen, 3 augustus” Groninger Courant 08-08-1851.

Nadat er in Engeland een bond werd opgericht, volgden Amerika en vele West-Europese landen snel. De Arnhemsche Courant schreef in 1869 over dit opmerkelijk fenomeen:

In Duitschland, Engeland, Amerika en elders vindt men aanhangers van deze leefwijze, en het schijnt dat hun aantal vermeerdert.

“Boekbeoordeling Vleesch of Groenten?” Arnhemsche Courant 12-07-1869.

De Arnhemsche Courant had het bij het juiste eind, want het aantal vegetariërs vermeerderde zich inderdaad gestaag. Met de oprichting van de NVB voegde Nederland zich bij andere West-Europese landen.

De NVB had als primaire doel om de vegetarische levenswijze te bevorderen en de belangen van vegetariërs te behartigen. Dit deed ze verschillende manieren. Ten eerste door het uitgeven van een maandblad, getiteld De Vegetarische Bode. Daarnaast gaf de bond allerlei andere publicaties uit die ‘het vegetarische gedachtegoed’ uitdroegen. Dit ‘gedachtegoed’ behelsde echter meer dan onthouding van dierlijke producten. De NVB was voorstander van geheelonthouding van kruiden en drank. Daarnaast was ze voorstander van de anti-vivisectiebeweging en de dierenbescherming. Door middel van verschillende affiches, zoals zichtbaar is op afbeelding 1, probeerde de bond dit diverse gedachtegoed onder haar leden, en de rest van de Nederlandse samenleving, te verspreiden.

Nederlandse Affiches, Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis.

Schijngehakt in het restaurant van de Romeinse godin van de boomvruchten

Daarnaast begon de NVB met de oprichting van vegetarische restaurants. In 1899 werd het eerste vegetarische restaurant in Nederland opgericht. Het restaurant Pomona werd vernoemd naar de Romeinse godin van de boomvruchten. In het restaurant werden louter vegetarische gerechten geserveerd, zoals ‘schijngehakt’. In 1913 werd het restaurant uitgebreid met een hotelgedeelte en verhuisde het naar een nieuwe locatie in Den Haag. Het bijzondere was dat het verhuisde naar een huis, dat ‘aan een slager toebehoorde’. Dit resulteerde in een vermelding in de komische rubriek ‘In en om Den Haag’ van ‘Oom Koos’ in de Haagsche Courant van 3 maart 1913. ‘Oom Koos’ schreef het volgende over het vegetarische restaurant:

Met eenige verwondering heb ik gelezen dat het allereerste vegetarische restaurant hier ter stede opgericht werd in een huis, dat aan een slager toebehoorde. Mij dunkt dat deze vleeschhouwer […] meer bewijs van verdraagzaamheid heeft geleverd dan de geheele vegetariërsbond tezamen. Zou ooit wel zoo fel tegen het vleescheten zijn opgetreden als door vegetariërs, en toch stapelt deze slager vurige kolen op het hoofd van zijn heftigste tegenstanders door hen in zijn eigen huis gelegenheid te geven hem zelf te bestrijden. Als ooit iemand den Nobelprijs voor den vrede verdiend heeft, dan is deze edele man het.

“In en om Den Haag” Haagsche Courant 03-03-1913.

Naast de oprichting van een eigen vegetarisch restaurant ging de bond in 1915 een samenwerking met de ANWB aan. Het doel was om reguliere restaurants aan te moedigen om vegetarische gerechten te serveren. Dit leek aan te slaan, want een jaar later in 1916, waren er zestig restaurants die beloofden ook vegetarische gerechten te serveren.

Onze fabriek heeft haar producten gesteld onder contróle der Vegetarische Keuringsdienst

Een ander belangrijk initiatief van de NVB was de oprichting van de Vegetarische Keuringsdienst in 1908. Deze keuringsdienst controleerde de kwaliteit en voedingswaarden van vegetarische producten, en deze producten konden een keurmerk krijgen. Op afbeelding twee is te zien hoe producten het keurmerk van de NVB gebruikten om te laten zien dat hun product geschikt was voor vegetariërs.

Leidsch Dagblad 18-05-1829.

De vegetarische keuringsdienst hield zich ook bezig met het controleren van alcoholvrije dranken. Vele leden van de NVB waren geheelonthouders, en daarmee was het belangrijk dat alcoholvrije dranken ook daadwerkelijk geen alcohol bevatte.

Antimilitarisme en de Eerste Wereldoorlog

Naast dierenleed zette de NVB zich in tegen menselijk lijden. Het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog was dan ook een schokkende gebeurtenis voor het hoofdbestuur van de NVB. Het hoofdbestuur van de bond besloot om in 1917 een brochure uit te geven met wat opwekkende woorden voor het Nederlandse volk in tijden van oorlog. In de brochure stond het volgende:

Een woord van opwekking willen wij spreken, naar aanleiding van dezen duren tijd – onvermijdelijk gevolg van den vreeselijken oorlog. Tot het spreken van een bemoedigend woord meenen wij gerechtigd en geroepen te zijn. Want eenerzijds staat de idee vegetarisme lijnrecht tegenover oorlog, maar bovendien is de toepassing der vegetarische idee in het dagelijksch leven de beste wijze, om aan de noodlottige economische gevolgen van den oorlog beter weerstand te kunnen bieden.

Archief Nederlandsche Vegetariërsbond, inv.no. 31

De toepassing van het vegetarische idee in het dagelijks leven werd door een groot deel van de bevolking, zij het niet vrijwillig, toegepast. Vlees was over het algemeen duurder en was in oorlogstijd een schaars goed. Daarnaast reageerde de NVB geschokt op het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. Enorm veel mensen leden onder de gewelddadigheden van deze oorlog. Het aantal dienstweigeraars dat lid was van de NVB was dan ook enorm. Na het weigeren van de dienstplicht werden veel van deze vegetariërs opgepakt, en moesten een aantal maanden in de gevangenis doorbrengen. Daar liepen ze echter tegen een ander probleem aan: in de gevangenis waren namelijk niet veel vegetarische maaltijden beschikbaar. Na verschillende verzoekschriften werd het in 1920 eindelijk makkelijker om vegetarische gerechten in de gevangenis te verkrijgen.

Vegetarisme ná de vegetarische rookworst

In 2019 vierde de NVB haar 125-jarige jubileum. Floris de Graad, directeur van de NVB, zei over het jubileum van de bond in een interview met Medicalfacts in oktober 2019 het volgende:

We hebben eindelijk wind mee. We zijn al 125 jaar actief, maar relatief weinig mensen weten dat. Je zou kunnen zeggen dat we het best bewaarde geheim van Nederland zijn.

Floris de Graad, directeur NVB.

Het vegetarisme heeft sinds het begin van dit millennium inderdaad de wind mee. Het wordt steeds normaler om enkele dagen in de week geen vlees te eten of dierlijke producten helemaal te laten staan. Hoewel er nog steeds grote delen van de Nederlandse bevolking zijn die elke dag vlees eten, lijkt het erop dat het vegetarisme steeds meer genormaliseerd wordt. Door bedrijven met een exclusief vegetarisch aanbod, zoals de in 2007 opgerichte De Vegetarische Slager, zijn er steeds meer niet-dierlijke alternatieven voor mensen die de Nederlandse gehaktbal een keer willen laten staan. Daarnaast zijn er tegenwoordig, in tegenstelling tot een eeuw geleden, wetenschappelijke onafhankelijke instituten die naast de NVB de voordelen van een vegetarisch dieet aanbevelen. Neem bijvoorbeeld Het Voedingscentrum, dat volledig gefinancierd wordt door de Nederlandse overheid. Dit instituut stelt dat je prima kunt eten en leven met minder of zonder vlees. Volgens De Graad is dit een goede ontwikkeling:

Decennialang stond vegetarisme slechts bij een klein deel van de Nederlanders op de radar. Maar sinds de afgelopen vijf jaar is dierloos eten ineens hot en happening. Een geweldige ontwikkeling.

Floris de Graad, directeur NVB.

Er is zeker nog geen sprake van een rigoureuze kentering naar een vegetarische maatschappij, maar in vergelijking met honderd jaar geleden gaat het langzamerhand de goede kant op. In 1907 zei een Nederlands Minister dat ‘het toch niet gezond is om vegetariër te zijn’. Dit jaar zet de huidige Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit een klein stapje in de goede richting. In plaats van te veronderstellen dat vegetarisch eten niet gezond is – zoals haar voorganger in 1907 – was in maart 2020 tijdens De Week Zonder Vlees de bedrijfscatering van haar Ministerie een weekje vegetarisch.

Leave a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *